Categorie archief: Nieuws

Wetenschap101 en allesoversterrenkunde.nl

Omdat wetenschapsjournalist Govert Schilling een paar maanden aan de andere kant van de wereld zit (lees Nieuw-Zeeland en Antarctica), heeft hij me gevraagd een klein deel van zijn werk over te nemen.

Wat hebben pizza met planeten te maken?

Dat doe ik natuurlijk graag! Sinds een paar weken schrijf ik op zaterdag, zondag, maandag en dinsdag nieuwsberichtjes voor zijn website allesoversterrenkunde.nl en maak ik een keer per week een video-blog voor wetenschap101. Al deze bijdragen gaan over de astronomie en passen prima in mijn straatje. Bovendien is het leuk om iets anders te proberen als teksten typen, dat doe ik al de hele week 🙂

Hier verschijnen mijn allesoversterrenkunde-stukjes en hier staan mijn wetenschap101-filmpjes.

Hallo André, met Roel

Zondag was hij nog bungelend aan een parachute teruggekomen op aarde en de vrijdag daarna sprak ik hem al. André Kuipers had vorige week in zijn ongetwijfeld drukke schema nog wel een uurtje de tijd voor Nederlandse journalisten. Ik reisde voor Kennislink naar de ESA in Noordwijk.

Verbinding met André in Houston.

Ik mocht Kuipers twee vragen stellen, die via een live-verbinding vanuit Houston op een groot scherm verscheen. Spannend, maar een mooi moment! André leek er nog wel een beetje stijfjes bij te zitten – niet gek als de zwaartekracht je leven opeens weer zuur maakt – maar hij nam uitgebreid de tijd om de pakweg 30 journalisten van internet, tv, radio en de krant, van de Volkskrant tot RTL Boulevard te woord te staan.

Ik vroeg hem wat hij de komende weken uitspookt in Houston (revalideren, experimenten en ‘debriefen’) en of hij een extreme landing achter de rug had (nee, het was een normale landing met normale beroerdheid daarna). Uiteindelijk schreef ik er dit Kennislink-artikel over.

Zie hier de persconferentie op de website de NOS. Helaas gaat doorspoelen lastig. Wacht tot de video tot 28:40 min. is geladen. Dan begint mijn onderonsje met André Kuipers.

Portfolio-update

Niet alleen heerlijk, zo’n kerstvakantie, maar ook erg nuttig. Voor het updaten van mijn portfolio bijvoorbeeld. Kijk maar eens!

Acht keer goud

Het lot van een schrijver. Je maakt iets en dan wordt het niet gepubliceerd. Zo gebeurde mij dat met dit stuk. Een korte column over goud, die de kersteditie van de VOX niet haalde. Toch wil ik hem graag delen met de wereld, want goud, dat is toch iets bijzonders. Maar waarom eigenlijk?

Zo eerlijk als goud. Een bekende uitdrukking. En goud staat symbool voor zuiverheid. We kennen het edelmetaal symbolisch nogal wat nobele eigenschappen toe. Maar hoe staat dat met het echte spul? Acht bijzondere eigenschappen van goud.

Goud is onaantastbaar. Het roest onder geen enkele omstandigheid. Het wordt niet lelijk, zelfs niet als je het jarenlang als sierraad draagt. We hangen ons er sinds de oudheid al vol mee.

Goud doet wat jij wil. In een blokje puur goud kun je met je nagel een afdruk maken en een kilogram goud (een blokje dat in je handpalm past) kun je zo plat slaan dat het twee tennisvelden bedekt. Het edelmetaal neemt iedere gewenste vorm aan.

Goud is schaars. Schattingen lopen uiteen maar men denkt dat er wereldwijd zo’n 150 miljoen kilo goud is gedolven. Dat lijkt veel, maar maak je er een blok van dan kom je niet verder dan een kubus van ongeveer 20 bij 20 bij 20 meter.

Goud blinkt. Goud is mooi.

Goud geneest. In de middeleeuwen was men er zeker van dat goud geneeskundige krachten bezat. Hoe kon zo’n mooi materiaal dat niet hebben? Tegenwoordig wordt een radioactieve variant van goud gebruikt in kankerbestrijding.

Goud liegt niet. Al duizenden jaren wordt het edelmetaal gebruikt als betaalmiddel. Geld liegt niet, je weet wat je er aan hebt.

Goud is mythisch. Eeuwenlang zochten alchemisten naar de Steen der Wijzen, de substantie die ieder metaal in goud zou veranderen. Gelukkig werd die nooit gevonden, anders zou het edelmetaal nu knap waardeloos zijn.

Goud is duur. Zo’n 41.000 euro per kilo. Aangewakkerd door de economische crisis schieten goudinwisselkantoren als paddenstoelen uit de grond en deur-aan-deur worden er flyers verspreid: WANTED, goud, ongeacht de conditie. De van Wall Street weggejaagde, goudeerlijke bankiers zetten hun zinnen op het immer begeerlijke edelmetaal.

Het zwarte gat recht in de ogen kijken

Nijmeegs hoogleraar Heino Falcke kreeg dit jaar een Spinozaprijs van 2,5 miljoen euro voor zijn onderzoek naar zwarte gaten. Maandag 7 november gaf hij voor een bomvolle zaal in de bètafaculteit van de Radboud Universiteit een presentatie over zijn onderzoek.

Onvoorstelbaar veel massa

Falcke begint te vertellen over de jaren ’60. Sterrenkundigen ontdekken aan de hemel kleine bronnen van zeer sterke radiostraling, zogenoemde quasars (quasi-stellar radio sources). In eerste instantie weet niemand hoe het kan dat er zo veel straling in zo’n klein gebied ontstaat.

Pas begin jaren ’80 komen wetenschappers met de mogelijke oplossing: super zware zwarte gaten. Met massa’s rond de 100 miljoen keer de massa van de zon zouden zij verantwoordelijk kunnen zijn voor de intense straling die wordt gemeten in quasars. Om dat te begrijpen moeten we eerst even in de schoolbanken bij Albert Einstein.

Deuk in de ruimtetijd

Einstein onthulde in zijn algemene relativiteitstheorie uit 1916 dat zware objecten de ‘ruimtetijd’ vervormen waardoor alle andere objecten met massa worden beïnvloed. Hij stelde zich dat voor als een ‘deuk’ in de normaal gesproken vlakke ruimtetijd-structuur. Alle materie in de buurt wordt beïnvloed door deze ruimtetijd-deuk. Iets wat we ervaren als zwaartekracht.

Een zwart gat maar ook lichtere objecten zoals een planeet vervormen de ‘ruimtetijd’. Andere objecten met massa (bijvoorbeeld de maan en wijzelf) worden door deze vervorming beïnvloed.
Credit: Johnstone, Wikipedia

Als een rollende knikker

Extreem zware zwarte gaten vervormen de ruimtetijd ook, alleen is de vervorming hier sterker dan waar ook in het universum. Materie en zelfs licht die normaal gesproken langs het zwarte gat zouden reizen vallen plots in deze ‘diepe deuk’ om er nooit meer uit te komen.

Net als een knikker die een kegel inrolt kan materie bij een zwart gat, bijvoorbeeld waterstofgas afkomstig uit een nevel, heel lang rondom zo’n zwart gat blijven cirkelen voordat het er definitief invalt. Daarbij geldt dat hoe kleiner de baan rondom het zwarte gat wordt hoe sneller de materie cirkelt. Bij een zwart gat benadert materie aan de binnenkant zelfs de lichtsnelheid.

Je kunt je voorstellen dat zo’n gewelddadige gebeurtenis nogal wat doet met het gas. Ten eerste moet het beangstigend zijn om in een zwart gat te vallen, maar ten tweede warmt het gas op. Uiteindelijk gaat het daarom stralen. En dat brengt ons bij de sterke radiobronnen die in de jaren ’60 werden ontdekt. De straling die we meten kan afkomstig zijn van materie die met (bijna) de lichtsnelheid rondom een zwart gat raast.

De Rosettenevel is een wolk onder andere waterstofgas in de Melkweg. Als dit gas door een zwart gat ‘opgegeten’ zou worden, zendt het net voordat het verslonden wordt een sterke straling uit.
Credit: T.A. Rector, B. Wolpa, M. Hanna (AURA/NOAO/NSF)

Dicht bij huis

Nu willen wetenschappers dat natuurlijk met eigen ogen zien. En daar hoeven ze niet eens zo ver voor de kosmos in te turen. Er zit een zwart gat in ons eigen Melkwegstelsel. Althans, dat vermoeden we. Sagittarius A* is de naam en hij zou zich op een afstand van 26.000 lichtjaar van ons schuilhouden, precies in het hart van de Melkweg.

Bewijzen voor Sagittarius A*

Een zwart gat kun je nooit direct zien, licht zal er alleen maar in verdwijnen. Maar ondanks dat zijn er sterke aanwijzingen voor zo’n superzwaar zwart gat in onze eigen kosmische achtertuin. Falcke legt uit dat er een compacte radiobron waar te nemen is in het hart van de Melkweg. Bovendien komt het spectrum van deze bron overeen met verre quasars waar men het bestaan van zwarte gaten ook vermoedt.

Astronomen besloten in de jaren ’90 nog een test te doen. Ze hielden de bewegingen van de sterren in de regio van Sagitarrius in de gaten. En wat bleek? Ze bewogen zich met enorme snelheden door sterk gebogen banen. Een uitstekende verklaring daarvoor kan de aanwezigheid van een extreem zwaar object zijn, van in dit geval zo’n 4 miljoen zonsmassa’s. En dat is de typische massa van een zwart gat.

Sterren in een klein gebied in het hart van de Melkweg bewegen zich raar. Ze hebben een hoge snelheid en bovendien sterk gekromde banen. De verklaring hiervoor kan een (vooralsnog onzichtbaar) zwart gat zijn.
Credit: VLT

Sagittarius recht in de ogen kijken

Falcke vertelt dat hij nu gaat proberen het zwarte gat veel directer zichtbaar te maken. Als je naar de hoog frequente straling uit dat gebied gaat kijken zou je een zwarte cirkel moeten kunnen observeren. Die ontstaat omdat het zwarte gat die straling uit de omringende nevel opslokt.

Sagittarius zichtbaar maken is wat Falcke de komende jaren gaat proberen met ALMA (Atacama Large Millimeter Array), een enorme radiotelescoop die momenteel op een hoogvlakte in Chili wordt gebouwd.

ALMA-telescoop in ChiliOp hoogte van meer dan 5000 meter worden in Chili 66 radioschotels neergezet die samen ALMA (Atacama Large Millimeter Array) gaan vormen. Falcke gaat deze telescoop gebruiken om het vermeende zwarte gat in het hart van ons Melkwegstelsel zichtbaar te maken.
Credit: ALMA (ESO/NAOJ/NRAO) / L. Calçada (ESO)

Door deze grote telescoop op het tot nu toe voor ons verscholen hart van het Melkwegstelsel te richten zouden we het zwarte monster dat daar wellicht huist recht in de ogen moeten kunnen kijken.

De ruimte in

Vanaf deze week ben ik redacteur Astronomie & Ruimteonderzoek bij kennislink.nl! Houd dus die vakpagina in de gaten en word bijvoorbeeld wijzer over superaardes, supernova’s en supercluster (wat is er toch veel super in de ruimte).

Ondertussen blijf ik freelancen voor ‘de bladen’, en – natuurlijk het allerbelangrijkst – bijdrages leveren voor deze site!

Deze space shuttle ging in 1992 al de ruimte in. (wikipedia)

Stressen in Vox

Waarom hebben we stress? Wat gebeurt er in je lichaam? En wat kun je er tegen doen? Lees het in het Vox-artikel Het nut van stress.

Biertje. (Patrik Kristian via CC BY-ND 2.0)

Een biertje schijnt te helpen tegen acute stress. (Patrik Kristian via CC BY-ND 2.0)

De zon vlamt weer (in KIJK)

Stil was het de afgelopen jaren op onze ster. Geen vlekje te bekennen op de anders zo furieuze gasbol. Maar dit jaar roert de zon zich weer en liggen er jaren van zonnevlekken en -stormen in het verschiet.
Die vlekken en bijbehorende uitbarstingen van plasma zijn niet alleen spectaculair om te zien, maar willen de boel op aarde ook nog wel eens ontregelen. Gingen er in 1859 enkel een paar aardse telegraafhuisjes de hens in als gevolg van een zonnestorm, nu zou de impact van een dergelijke gebeurtenis wel eens catastrofaal kunnen zijn volgens sommigen. Bangmakerij of een sluimerende ramp?

Sla de huidige KIJK eens open en blader naar pagina 74! Daar vind je een artikel van mij: De zon wordt weer wakker, met bijbehorende prachtige zonnekiekjes.

Een uitbarsting uit 2005. Met een gephotoshopte aarde, gelukkig staat de aarde in werkelijkheid verder weg.

Afbeelding: democraticunderground.com

De twee groentjes in het periodiek systeem

Nummertjes 114 en 116 zijn toegevoegd aan de tabel die alle bekende elementen huisvest. Dat betekent dat de wetenschappers van de International Union of Pure and Applied Chemistry (IUPAC) officieel ‘overtuigd’ zijn dat de elementen met 114 en 116 protonen bestaan.

Overigens hebben ze daar wel even over gedaan. Al in 1999 slaagden Russische onderzoekers van het Gezamenlijk Instituut voor Kernonderzoek in Doebna erin om één atoom te maken met 114 protonen en 175 neutronen.
Het aantal protonen in de kern bepaalt het soort element. Een kern met 8 protonen is bijvoorbeeld zuurstof, heeft hij er één meer dan wordt het fluor. De neutronen stabiliseren het geheel en houden de positief geladen protonen bij elkaar. Element 114 met de werknaam ‘ununquadium’ was echter erg onstabiel. Het verviel na ongeveer een halve seconde naar het al bekende Copernicum dat 112 protonen heeft.

In het jaar 2000 werd er zo ook al een glimp opgevangen van een element met 116 protonen, ununhexium. Alleen hield dat element het al na een paar milliseconden voor gezien en verviel via ununquadium naar lichte en stabielere soorten.

Toch wilde het IUPAC meer bewijs zien dan dat. Ze wilden op z’n minst meerdere vervalreeksen hebben van de nieuwe kernen. Dat betekent kort gezegd dat de wetenschappers in een deeltjesversneller calciumkernen (met 20 protonen) tegen curium (96 protonen) of plutonium (94 protonen) aan smeten. Als dat met de juiste energie gebeurt is er een kans dat ze samensmelten tot een nieuwe superzware kernen. Omdat deze vaak zo instabiel zijn vervallen ze binnen afzienbare tijd naar lichtere elementen door protonen in paartjes van twee uit te zenden. Wanneer er na enkele van die vervalstappen, oftewel een vervalreeks, een bekend element ontstaat kun je terugrekenen met welk element je bent begonnen.

Dat gebeurde in 2004 en 2006 door de Russen in samenwerking met wetenschappers van Lawrence Livermore National Laboratory in de Verenigde Staten. En nu, na vijf jaar, bestaat het periodiek systeem plots niet meer uit 112 maar uit 114 elementen. Ondertussen word er ook onderzocht of de elementen 113, 115 en 118 ook bestaansrecht hebben in ons periodiek systeem. Maar daar buigt het IUPAC zich nog over.

Er is nog heel weinig bekend van de nieuwelingen. Daarvoor waren de hoeveelheden waarin de stoffen werden gemaakt te klein en bestonden ze te kort. We hebben er dus in praktisch opzicht nog niet heel veel aan. Wel zijn dit fundamenteel gezien belangrijke ontdekking, want men hoopt door lichtere elementen tegen elkaar aan te rammen in deeltjesversnellers uiteindelijk superzware elementen te maken die wél stabiel zijn. Die elementen zouden behoren tot het voorspelde ‘eiland van stabiliteit’. Een groep stabiele stoffen met extreem zware kernen en misschien wel geheel nieuwe chemische eigenschappen.

De werknamen ununquadium en ununhexium zijn simpelweg het aantal protonen in het Latijn gespeld. Niet een heel sexy naam dus. Ze moeten waarschijnlijk nog een paar jaar wachten op een officiële titel. En in dat proces hebben de ontdekkers van de atoomsoort doorgaans een grote vinger in de pap.  De Russen in Dubna hebben al laten weten dat ze element 114 graag flerovium noemen, naar de Russische elementenontdekker Georgy Flyorov. En voor 116 zouden ze graag Moscovium zien, een ode aan de Russische hoofdstad.

Zie voor dit onderwerp ook Zware Jongens, een artikel dat ik in 2009 voor de KIJK schreef.

Bronnen: Physorg.com, Wired Science, New Scientist
Afbeelding: io9.com

Een dode mol tegen de hoofdpijn

Vanaf 6 mei ligt de nieuwe KIJK in de winkel. Ik schreef In 5 minuten Hoofdpijn voor deze editie. Alles over hoofdpijnoorzaken, de minst katergevoelige drank en dode mollen als remedie is te vinden in dat artikel.

Op de KIJK-site staat alvast een voorproefje.