Waarom worden mannen kaal?

Waarom worden mannen kaal? 101 slimme vragen (Uitgeverij Bertram+de Leeuw)

(Uitgeverij Bertram+de Leeuw)

Vandaag verscheen hij, het Kennislinkboek ‘Waarom worden mannen kaal? 101 slimme vragen’! Maanden werkte ik mij met mijn 13 collega-redacteuren door de spreekwoordelijke stapels lezersvragen die de afgelopen tien jaar bij Kennislink zijn opgehoopt.

Uiteindelijk werden de 101 (want 101 is beter dan 100) allerleukste, beste of verrassende lezersvragen geselecteerd en minutieus uitgewerkt op papier.

We googelden, zochten in boeken, belden wetenschappers en gebruikten ons verstand om alle 101 antwoorden te vinden.

Ik zou bijna zeggen, ‘traditioneel’ zijn de natuurkundige en in het bijzonder de vragen over de astronomie goed vertegenwoordigd. Ik nam 12 vragen voor mijn rekening:

  • Is er leven op Venus? (p18)
  • Waar blijft het licht van de sterren? (p33)
  • Zie je overal ter wereld dezelfde sterren? (p59)
  • Wat gebeurt er als een astronaut in de ruimte overlijdt? (p84)
  • Waarom zien bijzienden onderwater soms scherper? (p95)
  • Hoeveel keer spiegelt een spiegel zich in een spiegel? (p103)
  • Stopt de tijd ooit? (p109)
  • Wat is de temperatuur van een vacuüm? (p134)
  • Houdt een zwart gat de Melkweg bij elkaar? (p184)
  • Dijt het universum sneller uit dan het licht zich verplaatst? (p226)
  • Kunnen we afval dumpen op de maan? (p238)
  • Hoe lang brandt de zon nog? (p243)

Maar natuurlijk zijn er nog 89 andere wetenschappelijke en minder wetenschappelijke vragen plus antwoorden van mijn collega’s te vinden in het eerst boek van Kennislink. Dus ren als de wiedeweerga naar de boekenhandel en koopt! (Vergeet niet 12,50 euro mee te nemen.)

Astronaut André Kuipers was erg tevreden toen ik hem het boek 'Waarom worden mannen kaal?' overhandigde.

Astronaut André Kuipers leek erg tevreden toen ik hem het boek ‘Waarom worden mannen kaal?’ overhandigde in Science Center NEMO.

Recensie: De deeltjesdierentuin – Jean-Paul Keulen

Het is een hele prestatie, een boek schrijven over deeltjesfysica dat zo fijn leest dat ik mijn werk en deadlines even links liet liggen. Toch lukte dat Jean-Paul Keulen. Hij schreef De deeltjesdierentuin en levert daarmee een compleet en zeer goed leesbaar werk af over een van de lastigste en abstracte gebieden van de natuurkunde.

De deeltjesdierentuin (Uitgeverij Unieboek | Het spectrum)

De deeltjesdierentuin (Uitgeverij Unieboek | Het spectrum)

Want hoe vertel je een leek over spontane symmetriebreking en quantumchromodynamica, of hoe leg je makkelijk uit wat een sneutrino is? Dat kan alleen als je de moeilijke materie stapje voor stapje uit de doeken doet en dat is precies wat Keulen doet. Daarnaast is alles prima aan elkaar geschreven, waardoor het boek leest als een trein. Ook de analogieën zijn goed gekozen en regelmatig zorgen (grappige) anekdotes over de soms rare snuiters van deeltjesfysici voor wat luchtigere stukken in het boek.

Ondanks dat de lezer de áller moeilijkste stukken van de deeltjesfysica worden bespaard (velen zullen daar wellicht dankbaar voor zijn) moet je soms toch flink aan de bak. Het is als schrijver dan ook bijna onontkoombaar om in korte tijd veel nieuwe concepten te moeten introduceren (in bijvoorbeeld het hoofdstuk over quarks). Hoewel het boek dan overigens goed leesbaar blijft, moest ik af en toe een paginaatje terug bladeren om te kijken hoe het ook al weer zat.

Natuurlijk komen ook de meest mediagenieke deeltjes van de afgelopen tijd voorbij: het Higgs- en Majoranadeeltje. Keulen doet hier een poging om verder te gaan dan wat er zo gemiddeld over in het nieuws verscheen (en dat is niet zo moeilijk). Het stuk over het Higgsdeeltje is overigens lastig en bij het concept supersymmetrie gaat Keulen helemaal los. Een knappe kop die dat in één keer begrijpt. Gelukkig plaatst hij na afloop van dat stuk de verzachtende opmerking: ‘Duizelt het je een beetje?’ Hij lijkt de lezer daarmee steeds net op tijd wat lucht te geven in een naar mijn mening geslaagde poging de deeltjesdierentuin aan de man te brengen.

Recensie: Kleine twittercursus van het heelal – Govert Schilling & Marcus Chown

Het hele heelal beschrijven met alleen maar tweets van maximaal 140 tekens, dat moet een uitdaging zijn. Toch gingen Govert Schilling en Marcus Chown deze uitdaging aan en publiceerden de Kleine twittercursus van het heelal (juli 2012, Fontaine Uitgevers).

Kleine twittercursus van het heelal (Fontaine Uitgevers)

Kleine twittercursus van het heelal (Fontaine Uitgevers)

Misschien denk je dat dit boek niet alleen voor de schrijvers een uitdaging was, maar ook voor de lezers die een gefragmenteerde tekst voorgeschoteld krijgen. Dat klopt enigszins, een lopend verhaal is prettiger om te lezen en toch vind ik dat het boek verrassend leesbaar is.

Mijn advies is wel om er niet té lang achter elkaar in te lezen. Aangezien alle niet essentiële zinnen en woorden in de tekst ontbreken is de informatie-dichtheid van het boek erg hoog. Daarnaast worden sommige wetenschappelijke termen helaas niet geïntroduceerd of uitgelegd.

Een plus is dat het boekje heel erg compleet is. Systematisch worden alle onderdelen van het heelal behandeld. Van de aarde, naar de maan, het zonnestelsel, de Melkweg en het gehele heelal. Uiteindelijk komt ook nog de vraag of er aliens bestaan aan bod, samen met de geschiedenis van de sterrenkunde en de telescoop.

Ik verwacht niet dat ik het boek nog eens in zijn geheel ga lezen. Maar daar is het wellicht ook niet voor bedoeld… Ik zet het in ieder geval binnen handbereik in mijn boekenkast, omdat het waarschijnlijk een ideaal naslagwerk(je) zal zijn voor de astronomische kwesties die ik snel wil opfrissen. De tweet-structuur maakt het boek namelijk uitermate geschikt om snel iets op te zoeken. Ik heb het inmiddels al op die manier gebruikt, en ik vermoed dat het niet de laatste keer zal zijn.

Prijzenslag in Scandinavië

Vandaag worden de Nobelprijzen van 2012 officieel uitgereikt. Terwijl de winnaars van de prijzen voor natuurkunde, scheikunde, geneeskunde en literatuur naar Stockholm gaan, reizen de winnaars van de vredesprijs af naar Oslo. Ook Mark Rutte zal daar vandaag, in het stadhuis van Oslo plaatsnemen om uitreiking van de prijs aan de Europese Unie bij te wonen. En precies dáár, was ik enkele maanden geleden ook al voor een prijsuitreiking.

Tijdens het diner in het stadhuis van Oslo werden de winnaars vergezeld door de Noorse koning Harald V.

De hal van het stadhuis van Oslo. Ik was hier uitgenodigd voor een diner met de Kavli-prijswinnaars en de Noorse koning Harald V. Helaas zaten we niet aan dezelfde tafel.

Begin september werden namelijk de Kavli-prijzen uitgereikt. Drie prijzen voor wetenschappers in verschillende wetenschapsgebieden die volgens de Kavli-jury uitmuntende bijdragen hadden geleverd in hun vakgebied. Wetenschappers in de gebieden astrofysica, nanowetenschappen en neurowetenschappen gingen (per prijs) met één miljoen dollar naar huis.

Ik was op uitnodiging van de Noorse Academie van de Wetenschap en het Noorse Ministerie voor Onderwijs en Onderzoek aanwezig. Samen met zeven andere wetenschapsjournalisten van over de hele wereld deed ik verslag van alle evenementen in Oslo. En gedurende de week zag ik behoorlijk wat overeenkomsten tussen de prijzen van Fred Kavli en Alfred Nobel.

Overeenkomsten Kavli en Nobel

De vergelijking tussen Kavli en Nobel ligt voor de hand. In beiden gevallen zijn de prijzen bedacht en gefinancierd door een rijke Scandinavische weldoener. Nobel (uit Zweden) wist een fortuin te vergaren door het dynamiet uit te vinden. Fred Kavli (uit Noorwegen) verdiende een vermogen door luchtvaartsensoren te ontwikkelen en verkopen.

De grote, puur gouden, medaille die de Kavli-prijswinnaars ontvangen.

De grote, puur gouden, medaille die de Kavli-prijswinnaars ontvangen.

Ook de prijzen hebben sterke overeenkomsten. Zo worden ze uitgereikt aan de wetenschappers die een ‘opmerkelijke prestatie’ hebben geleverd, het prijzengeld is nagenoeg hetzelfde en de winnaars ontvangen een grote gouden medaille (‘wat moet ik daar nu mee?’ liet prijswinnaar Michael Brown mij ontvallen).

Ik denk dat de overeenkomsten tussen de twee prijzen niet geheel toevallig zijn. Vermoedelijk heeft Kavli heel goed naar de Nobelprijzen gekeken. Omdat hij wíl dat er veel overeenkomsten zijn. Omdat hij wíl dat zijn prijzen uiteindelijk evenveel aandacht en aanzien krijgen als de Nobelprijzen.

Er moet gezegd worden dat Kavli meer doet dan tweejaarlijks prijzen uitdelen. Wereldwijd zijn er een twintigtal door hem gefinancierde wetenschappelijke instituten die zijn naam dragen. De meeste daarvan bevinden zich in de Verenigde Staten, maar ook in Delft is er een Kavli-instituut.

Niet kopieerbaar

Overigens kan één traditie vooralsnog niet overgenomen worden van de Nobelprijzen. Dat is de uitreiking op Nobels sterfdag. Fred Kavli leeft immers nog! Ik sprak de 85-jarige tijdens een deftige receptie. Toen hij plots even alleen kwam te staan bij een tafeltje greep ik mijn kans en kon zo even met hem babbelden. Over Oslo en de prijzen. Hij vertelde dat hij graag prijzen uitreikt voor het allergrootste (astrofysica), het allerkleinste (nanowetenschappen) en het meest complexe (neurowetenschappen).

Uitzicht op het Noorse parlementsgebouw van het dakterras van het Grand Hotel.

Uitzicht op het Noorse parlementsgebouw van het dakterras van het Grand Hotel.

Alles uit de kast

Dit jaar werd er tijdens de Kavli-evenementen, die in totaal bijna een week in beslag namen, alles uit de kast getrokken. De koning van Noorwegen was present om de prijzen te overhandigen, de premier van Noorwegen – Jens Stoltenberg – deed zijn zegje, een bekende acteur – Alan Alda – werd ingevlogen om de ceremonie aan elkaar praten en bekende wetenschappers – o.a. Lisa Randall – gaven lezingen. Alle evenementen vonden bovendien plaats op de chicste locaties in Oslo.

Als kers op de taart werden acht journalisten (waaronder ik) naar Oslo gehaald. Natuurlijk in de hoop dat we aandacht zouden geven aan de Kavli-prijs. Ik moet overigens nog het goedkoopste ticket hebben gehad, want mijn collega-journalisten kwamen onder andere uit Rio de Janeiro, New York en Singapore.

Nog even warmdraaien

Of al deze investeringen helpen de Kavli-prijzen het aanzien te geven waar men op hoopt? Dat is lastig te zeggen, want hoe meet je het prestigegehalte van een prijs? Als we naar de aandacht voor de Kavli-prijzen kijken is dat geenszins te vergelijken met de aandacht die de Nobelprijzen in de Nederlandse en internationale media krijgt. En zelfs de Noorse pers was niet in grote getale aanwezig op de persconferentie met alle prijswinnaars en Fred Kavli zelf.

De persconferentie met de Kavli-prijswinnaars 2012. Fred Kavli himself is de op een-na-rechtse man.

De persconferentie met de Kavli-prijswinnaars 2012. Fred Kavli himself is de op een-na-rechtse man.

Het zou kunnen dat de prijs nog even moet ‘warmdraaien’. Nobel gaat immers al een eeuwtje of wat mee, terwijl Kavli net de derde uitreiking achter de rug heeft. Misschien is er ook niet echt plaats voor nóg een grote wetenschapsprijs, à la Nobel. Er worden volgens mij steeds meer prijzen uitgereikt, met wellicht wat ‘prijzeninflatie’ als gevolg.

Aan de andere kant maakt dat wat mij betreft ook niet uit. Er kunnen niet genoeg filantropen opstaan die jaarlijks met miljoenen beginnen te strooien. De wetenschappers (en journalisten) zijn ze dankbaar.

Vraag het André Kuipers

LET OP, dit is een oud bericht. Je kunt dus geen vragen meer stellen aan André Kuipers… Hou je een spreekbeurt? Kijk dan op zijn pagina.

Mooi nieuws. Over precies één week zit ik met astronaut André Kuipers rond de tafel! Namens de Know How mag ik hem anderhalf uur lang het hemd van lijf vragen. Geweldig, maar ik wil graag je hulp hebben.

Sinds zijn terugkomst is Kuipers al veelvuldig in het nieuws geweest, en volgens mij is hem dan ook al bijna alles gevraagd. En het liefst kom ik natuurlijk met een stapel vragen aan die niemand hem eerder stelde. En wellicht schiet die vraag jou nu te binnen!

Dus, heb je een dringende vraag aan André? Mail of reageer dan even op dit bericht. Dan kan ik hem volgende week stellen aan de man die 193 dagen in de ruimte was. Ik ben je dankbaar!

Wetenschap101 en allesoversterrenkunde.nl

Omdat wetenschapsjournalist Govert Schilling een paar maanden aan de andere kant van de wereld zit (lees Nieuw-Zeeland en Antarctica), heeft hij me gevraagd een klein deel van zijn werk over te nemen.

Wat hebben pizza met planeten te maken?

Dat doe ik natuurlijk graag! Sinds een paar weken schrijf ik op zaterdag, zondag, maandag en dinsdag nieuwsberichtjes voor zijn website allesoversterrenkunde.nl en maak ik een keer per week een video-blog voor wetenschap101. Al deze bijdragen gaan over de astronomie en passen prima in mijn straatje. Bovendien is het leuk om iets anders te proberen als teksten typen, dat doe ik al de hele week 🙂

Hier verschijnen mijn allesoversterrenkunde-stukjes en hier staan mijn wetenschap101-filmpjes.

Hallo André, met Roel

Zondag was hij nog bungelend aan een parachute teruggekomen op aarde en de vrijdag daarna sprak ik hem al. André Kuipers had vorige week in zijn ongetwijfeld drukke schema nog wel een uurtje de tijd voor Nederlandse journalisten. Ik reisde voor Kennislink naar de ESA in Noordwijk.

Verbinding met André in Houston.

Ik mocht Kuipers twee vragen stellen, die via een live-verbinding vanuit Houston op een groot scherm verscheen. Spannend, maar een mooi moment! André leek er nog wel een beetje stijfjes bij te zitten – niet gek als de zwaartekracht je leven opeens weer zuur maakt – maar hij nam uitgebreid de tijd om de pakweg 30 journalisten van internet, tv, radio en de krant, van de Volkskrant tot RTL Boulevard te woord te staan.

Ik vroeg hem wat hij de komende weken uitspookt in Houston (revalideren, experimenten en ‘debriefen’) en of hij een extreme landing achter de rug had (nee, het was een normale landing met normale beroerdheid daarna). Uiteindelijk schreef ik er dit Kennislink-artikel over.

Zie hier de persconferentie op de website de NOS. Helaas gaat doorspoelen lastig. Wacht tot de video tot 28:40 min. is geladen. Dan begint mijn onderonsje met André Kuipers.