Tagarchief: telescoopbouw

Een telescoop bouwen – De juiste ronding

In de vorige blog beschreef ik hoe we na een aantal zondagen hard zwoegen een holle spiegel hadden gemaakt. Nou ja, spiegel is misschien nog een groot woord. Onze ronde glasschijf (diameter 27 cm) spiegelt niet beter dan een gemiddelde ruit. Hoe we van glas uiteindelijk een echte spiegel maken is van latere zorg, want eerst moet ons kunststukje precies de juiste vorm krijgen. Heel erg precies.

Spiegel

Onze ‘spiegel’ spiegelt… een beetje.

De verrassend simpele methode waarmee we onze spiegel-in-spe de juist vorm geven – het over elkaar schuren van twee glazen schijven – zorgt ervoor dat een glasschijf perfect bol wordt terwijl de andere een holle vorm krijgt. Dat komt doordat een bol en een ‘hol’ (naast volledig vlakke oppervlaktes) perfect over elkaar heen glijden. Vreemd genoeg is altijd de onderste glasschijf die bol wordt, terwijl degene die er bovenop ligt hol wordt. Ik weet niet waarom dat zo is, maar deze ‘wet’ geeft ons controle over de vorm van het glaswerk. Wil je een ‘diepere’ kromming in de spiegel dan schuur je met de spiegel bovenop, terwijl schuren met de spiegel onderop een minder diepe holling oplevert.

Parabool schotelantenne

Een schotelantenne heeft een paraboolvorm. Deze focust al het licht (of in dit geval radiostraling) in één punt, de ontvanger in het midden. (Richard Bartz)

Helaas is een ronde vorm niet wat we nodig hebben! Een perfecte bol focust het licht dat we met onze spiegel willen opvangen niet… Met andere woorden, je kunt er niet scherp mee zien. Wat we nodig hebben is een zogenoemde parabool, een specifieke vorm die bijvoorbeeld schotelantennes hebben (zie afbeelding).

Gelukkig hebben we al die zondagen niet voor niets gewerkt, want weliswaar hebben we een verkeerde vorm, hij komt wel in de buurt van de parabool die we nodig hebben.

Het blijkt dat je door het over elkaar bewegen van de glasplaten in een bepaald patroon, precies de goede ‘afwijking’ kan krijgen van de bol. Dat paraboliseren doen we overigens niet meer met een slijppoeder, zoals eerder, maar met een veel fijner polijstmiddel. Door de schijven telkens in een specifieke W-vorm over elkaar te laten glijden, worden bepaalde delen van de spiegel ‘gespaard’ terwijl andere stukken wat intensiever behandeld worden. De vorm verandert langzaam in een parabool.

Pek, veren en telescoopspiegels

Het maken van een parabool gebeurt niet meer met de eerder gebruikte glasschijf. We gebruiken een schijf met daarop een laag pek.

Pek? Wacht even, wat was dat ook al weer? Pek is smerig… Ideaal om het samen met wat veren over iemand heen te gooien. De pikzwarte teerachtige substantie lijkt een vaste stof bij kamertemperatuur, maar blijft altijd een beetje vloeibaar. Dat maakt onder andere dit geweldige pekdruppelexperiment mogelijk – waarbij er sinds 1930 uit een trechter slechts negen pekdruppels dropen. Dat is pas een saai maar fascinerend experiment! Maar pek is ook ideaal voor het vormen van onze spiegel.

Pek is in zekere zin vast én vloeibaar. Je kunt er tijdens de laatste vormfase van de spiegel voorzichtig kracht mee zetten, maar tegelijkertijd vormt het zich precies naar de spiegel. Dit fijne krachtenspel zorgt ervoor dat je extreem kleine aanpassingen kunt doen aan de holling van je spiegel. De vorm van onze spiegel wijkt uiteindelijk, als het goed is, maximaal zo’n 100 tot 200 nanometer af van een perfecte parabool. Dat is pakweg een vijfhonderdste deel van de dikte van een haar! En dat met handenarbeid!

Massaproductie telescoop

Massaproductie is ook maar saai. (Smithsonian Institution Archives)

Na de commentaren van de bezorgde buurvrouw, werpt nu ook de buurman aan de andere kant een vraag over de schutting: “Dus jullie bouwen een telescoop, maar die kun je toch gewoon kopen?” Eh ja, natuurlijk kun je een telescoop kopen. Voor een paar honderd euro ben je klaar, en heb je een prima telescoop. Daarmee kun je tijdens heldere nachten al op planetenjacht. Maar het gaat ons nu juist óók om het bouwproces. En met een beetje mazzel kunnen we op ambachtelijke wijze zelfs een kwalitatief betere telescoop maken als die je op internet kunt bestellen.

Of al die slijp- en polijstsessies succes hadden is nog niet duidelijk. We moeten nu controleren of de vorm van onze spiegel daadwerkelijk een parabool is. En het zou natuurlijk maar suf zijn als we hiervoor de testbank van de behulpzame mensen van Kijkerbouw in Gent zouden gebruiken. Nee, wij moeten per se zelf een testbank bouwen.

Advertenties

Een telescoop bouwen – Poedertjes uit Gent

De een puzzelt, de ander verspeelt zijn tijd aan Candy Crush. Andrés en ik besloten iets anders met onze vrij tijd te gaan doen: het bouwen van een telescoop. Waarom? Simpel, omdat het gaaf is! Deze blog geeft een idee van hoe je zelf een telescoop bouwt.

Een grote Dobsontelescoop. (Halfblue)

Een grote Dobsontelescoop. (Halfblue)

We volgen het concept dat de Amerikaanse uitvinder John Dobson midden jaren 50 uitdacht en dat inmiddels verreweg de populairste methode is om in je garage een telescoop van formaat te bouwen.

Afgelopen winter begonnen we met informatie zoeken. We bestelden een aantal boeken over telescoopbouw en leefden ons uit op google. Opvallend was dat binnen het Nederlandse taalgebied de edele kunst van het telescoopbouwen vooral in België lijkt te worden beoefend.

Wat we toen nog niet wisten is dat we op een mooie dag in april naar het Vlaamse Gent zouden rijden. Jean Pierre Grootaerd van Kijkerbouw zou ons daar ondersteunen met het maken van het eerste en belangrijkste onderdeel van onze telescoop: de spiegel.

Hoewel de eerste telescopen lenzen hadden om het licht te concentreren is het makkelijker om een holle spiegel te gebruiken. De telescoop kan zo gemakkelijker opgeschaald worden. En hoe groter de diameter van de telescoop, hoe meer licht hij vangt en hoe gevoeliger hij wordt.

We gaan het helemaal zelf doen. We beginnen met een platte doorzichtige glasschijf die we handmatig (!) aan een kant hol gaan maken. Van te voren hebben we bij Jean Pierre aangegeven wat voor spiegel we willen. Ruwweg geldt dus, groter is beter. Maar groter is ook moeilijker. Imperfecties die tijdens het slijpen ontstaan, zijn moeilijker weg te werken. We besluiten om een middelgrote spiegel te maken met een doorsnede van 27 centimeter.

Deze glasschijf is voor een iets ambitieuzer project...

Deze glasschijf is voor een iets ambitieuzer project…

Nadat we een tour hebben gemaakt langs de uitgebreide faciliteiten van Kijkerbouw – ik zou het bijna als een soort ambachtelijke telescoopfabriek bestempelen, daarover later meer – komen we in onze werkplaats. Tussen de werkbanken, lege telescoopbuizen en glasschijven worden we aan het werk gezet.

Het doel is simpel. We nemen onze glasschijf en strooien daarop wat poeder van siliciumcarbide (dat spul is zo hard dat er kogelvrije vesten van gemaakt worden). We maken het nat met een plantenspuit beginnen met een ándere glasschijf over de bovenkant van onze spiegel in spe te wrijven. Steeds een stuk of tien, twintig keer in een richting, en dan een halve slag draaien en herhalen.

Er gebeurt iets wonderbaarlijks. De wrijving van het poeder zorgt ervoor dat de glasschijven slijten. De onderste schijf wordt daarbij altijd hol (wat we willen voor spiegel), de bovenste wordt bol. Dat heeft te maken met het feit dat een perfect bol en perfect hol voorwerp precies over elkaar heen kunnen vallen. Zitten er oneffenheden in de vorm van de schijven, dan zullen ze vanzelf in dit proces weggeslepen worden.

Door twee glasschijven over elkaar heen te schuren wordt de onderste bol, de bovenste hol.

Door twee glasschijven over elkaar heen te schuren wordt de onderste hol, de bovenste bol.

Het is best flink werken, die twee schijven steeds over elkaar heen wrijven. Zeker als het water steeds opdroogt en de wrijving toeneemt. Maar na vier keer pakweg een half uur te hebben gezwoegd (waarbij de spiegel om beurten boven en onder ligt) slaagt onze schijf voor de tussentoets. Met een dieptemeter kunnen we de curve precies bepalen. De meter wijst 0,91 millimeter aan. Over de hele glasschijf gerekend betekent dat het midden van de schijf pakweg 2 millimeter lager ligt dan de randen.

We komen deze dag niet verder dan twee ‘schuurpoedertjes’. De overige poedertjes – met een steeds fijnere korrel – gaan mee naar Nijmegen, samen met het olievat dat de volgende slijpsessie gaat dienen als werktafel.

Andrés, het olievat en ik op weg naar huis.

Andrés, het olievat en ik op weg naar huis.

Lees hier het volgende deel van mijn telescoopblog: Een trillende naald